Vrij om te zien

© Ds. A.R. Warnar van den Berg
Preek 15-08-2021
Genesis 13:2-18

Conflicten hoeven niet verkeerd te zijn. Ik geloof zelfs dat er zoiets bestaat als heilige woede, dat er situaties bestaan waarin niets rechtvaardiger is dan woedend te zijn, omdat het de enige weg is tegen onrecht. En ik zou graag zeggen dat ik alleen op die momenten boos ben, als het tijd is voor heilige woede. Maar helaas…
Ik word niet snel écht boos. Ik kan wel regelmatig wat geïrriteerd zijn, maar echte woede komt bij mij niet zo heel vaak voor. Als ik wel echt boos ben, dan heb je aan mij geen makkelijke. Dat is geen eigenschap waar ik trots op ben. Ik bijt me er dan in vast. Dan vind ik dat ik in mijn recht sta, dat ik gelijk heb en er is weinig dat iemand dan nog kan doen om me milder te stemmen. Eigenlijk eindigt het dan pas wanneer ik heb gekregen waarvan ik dacht dat ik er recht op heb, of wanneer ik echt niet meer om mijn ongelijk heen kan. De minste willen wezen is dan niet mijn sterkste punt.

Neem dan Abram, die pakt dat heel anders aan. Er zijn conflicten tussen zijn herders en de herders van Lot, en daarmee zijn er ook automatisch conflicten tussen Abram en Lot. Ze bezitten teveel vee om samen te laten weiden en er ontstaat strijd. Ze zijn zwaar van rijkdom, staat er in het Hebreeuws. Rijkdom is niet alleen maar iets om naar te streven, het kan ook een last zijn om te dragen, een zwaarte op je relaties leggen. Daar moet je mee om kunnen gaan. Heel makkelijk leidt rijkdom vooral tot strijd en tot irritaties over en weer.
En dan zegt Abram: laten wij geen ruzie maken, we zijn familie. Ze hebben hetzelfde doel, dezelfde belangen. Laten we geen ruzie maken en het land verdelen, stelt Abram voor.
In de tijd van Abram geldt de regel dat het eigenlijk aan Lot is om zich naar Abram te voegen. Lot is de zoon van de broer van Abram, hij is een neef. Abram is de oudere figuur. Hij zou het meeste respect moeten verdienen. Zijn stem telt altijd zwaarder. Naar zijn mening, zijn keuzes heeft Lot zich te schikken, zolang hij bij Abram is.
Maar Abram probeert in het conflict niet zijn recht te halen. Hij is juist ontzettend gul voor Lot: samen richten ze zich op het land voor hen. Wij richten ons op basis van het noorden, maar in die tijd stonden ze meestal oostelijk georiënteerd. Ga je naar links, dan ga ik naar rechts. Ga jij naar rechts, dan ga ik naar links. Lot mag kiezen tussen de noordelijke of de zuidelijke helft van het land.
Het is het land dat God aan Abram en zijn nakomelingen heeft beloofd. Abram is niet alleen zo gul dat hij Lot de helft van het land biedt om te gaan wonen, maar zelfs dat hij als eerste mag kiezen. We hoeven Lot dus niet te verwijten dat hij dan ook kiest en nog eens goed kijkt welk land hem het meest vruchtbaar lijkt. Misschien was het netjes geweest als hij had gezegd; nee hoor, oom, u mag kiezen. Maar Abram doet hem een aanbod en daar maakt hij gebruik van.
Althans, voor een deel. Hij heft zijn ogen op en laat ze rondgaan over de omgeving. En dan kiest hij voor de Jordaanvallei. Opvallend genoeg is dat géén onderdeel van het beloofde land. Hij kiest voor de omgeving van Sodom en Gomorra. Steden die in Bijbelse tijd nooit bij Israël hebben gehoord of zullen horen. Lot trekt nog verder naar het oosten dan waar het beloofde land eindigt.

Uit de tekst begrijpen we wel dat dit niet de goede keuze is. De mensen daar zijn zeer slecht, vertelt Genesis ons al. Maar uiteindelijk denk ik dat hij wel de meest rationele en voor ons meest begrijpelijke keuze maakt. Ze zijn in Negev, dat is midden in de woestijn in Israël. Ze staan op een berg en zien daarnaast ook de Jordaanvallei, een plek waar een rivier stroomt, waar groene weiden zijn, waar de grond vruchtbaar is. En stel je eens voor dat je een nieuwe toekomst wilt opbouwen, niet alleen voor je gezin, maar ook voor je personeel. Dan kun je je toch voorstellen dat je kiest voor de vruchtbare grond, de plek waar het eenvoudig is rijkdom te vergaren en een prettig leven te leiden.
Als je het negatief verwoordt, zeg je dat Lot zich laat verleiden door begeerte. Toch moeten we Lot niet demoniseren. In de tweede brief van Petrus wordt Lot een rechtvaardige genoemd. Het is niet zozeer dat hij kwade dingen doet, maar hij maakt onbedoeld verkeerde keuzes. En dit is er één van. Het is zo menselijk, zo logisch om deze keuze te maken. Dat we misschien zomaar dezelfde keuze zouden maken als Lot.
Toch zien we dat er een betere keuze bestaat, namelijk die van Abram. Lot ziet en kiest voor wat er is. Zelfs als dat buiten de oorspronkelijke keuze ligt. Abraham ziet, maar wordt uitgedaagd om verder te kijken dan wat er op het eerste gezicht te zien is. In het Hebreeuws is daar een opvallend verschil op te merken. Lot heft zelf zijn ogen op, Abraham krijgt de opdracht om zijn ogen op te heffen. Abram moet voorbij de horizon kijken, voorbij de woestijn, voorbij dat wat hij nu kan waarnemen met zijn ogen. Hij krijgt het land te zien in de volle breedte: van noord tot zuid en van oost tot west, zal het voor hem en zijn nakomelingen zijn. Die belofte moet Abram zien, dan ziet hij meer dan een dorre vlakte.

Net als vorige week komen we op het punt dat die belofte weer allesbepalend is. En dat is ingewikkeld. Want de vervulling van de belofte laat zo vaak nog op zich wachten. We zien er vaak nog zo weinig van. En we willen toch het beste voor de mensen om ons heen, onze familie, onze vrienden, onze werknemers.
Toch zien we bij Lot en Abraham dat het verschil in wat ze zien allesbepalend is voor de rest van hun leven. Het is beslissend voor het leven of je kijkt naar de feiten of naar de belofte. Lot trekt zich daar van terug, die wil zelfvoorzienend zijn. Daar, op die plek, kan ik voor mijn gezin en mijn mensen zorgen. Daar zal ik een goed leven voor ze opbouwen. Het is de wijze waarop wij ook vaak in het leven staan. Kiezen voor dat wat zekerheid lijkt te bieden, voor goede grond waar we onze kinderen kunnen bieden wat ze nodig hebben.
Wat Abram doet, blijft een gok. Hij houdt vast aan de belofte, terwijl die nog zo onzeker lijkt. Toch ziet hij er waarschijnlijk wel een glimp van. Het is niet alleen maar dorre vlakte in Israël. Er zijn ook vruchtbare gebieden. Hij mag het hele land overzien en daarna moet hij het hele land doorkruisen, zodat hij het leert kennen. En steeds weer is daar de uitdaging om verder te kijken dan wat er is, om te zien wat er zal zijn.

God belooft Abram rijkdom. Maar het is geen: als je maar hard genoeg werkt, dan zal God je wel rijkdom schenken. Dat is meer de weg die Lot probeert te gaan. Abram heeft genoeg aan Gods belofte. Door die belofte is Abram zo vrij om niet zijn recht te halen, maar in alle generositeit Lot de helft van het land te bieden. De echte belofte aan Abram is uiteindelijk dat God door hem heen zijn plan tot uitvoer kan brengen. Dat God door Abram heen een volk kan roepen. Dat God een rechtvaardig mens zoekt, die met Hem op wil trekken, de gok durft te wagen, die verder durft te zien dan de nabije toekomst. Uiteindelijk Zelfs over de grenzen van zijn eigen leven heen.
En dan kom ik toch nog even op die andere Rechtvaardige Mens. Die over zijn eigen leven heen durfde te kijken, zijn leven in Gods hand durfde te leggen, durfde te verliezen. Niet om er zelf beter van te worden, maar wel om het leven te bieden aan ons allemaal. Uiteindelijk hebben we door Hem heen allemaal zicht op Gods belofte gekregen. En door Abram wordt Lot toch als rechtvaardige uit de verdorven steden gered.
Het is ook onze uitdaging: om met Abram verder te kijken dan wat we nu zien. Verder dan wat er op korte termijn is. Voorbij de horizon, de toekomst in. Om dwars door wat er nu aan ellende en dorre woestijnen te zien is, een glimp op te vangen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Amen.

terug

Agenda

Gespreksavond: Godsbeelden

27 okt 2021 om 19.30

R.K.K.

31 okt 2021 om 19.30

Website

Samen maken we de website en onze Facebookpagina up-to-date en levendig!
Daar hebben we hebben we jullie inbreng bij nodig. Heeft u/ heb jij een bericht voor deze website? Een mooie foto, of moet er iets gewijzigd worden?
Stuur dan je bericht in een mail naar: websitepknheeg@gmail.com