Gastvrijheid voor vreemdelingen, Gustave Van de Woestyne, 1920, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Gent

Gastvrijheid

© Ds. A.R. Warnar van den Berg
Preek 03-10-2021
Genesis 18:1-15

Sommige mensen gaan door het vuur om een idool te zien, of te spreken. Alles moet daarvoor wijken en vrijwel alles is geoorloofd om dat mogelijk te maken. Daar kan ik me eerlijk gezegd niet zoveel bij voorstellen. Misschien heb ik gewoon niet zoveel met acteurs of popsterren en denk ik al snel: het zijn ook maar mensen… Maar er is één situatie waarin ik het me wel voor kan stellen: als ik God of Jezus in eigen persoon kon ontmoeten. Wat mij betreft zou al het andere maar even moeten wachten. En u? Zou u iemand tegen kunnen komen, waarvoor u zegt: sorry, dat gaat even voor mijn gesprek met God, al is dat nog zo zeldzaam?
Volgens de Joodse traditie gebeurt dat wel in deze tekst: Abraham is al met God in gesprek, wanneer hij de drie mannen ziet langskomen. En dan zegt hij: Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. Wie hij hier aanspreekt met Heer, kunnen we niet met zekerheid zeggen. In de Hebreeuwse taal kan dit op twee personen van toepassing zijn. Het kan de belangrijkste figuur van deze drie mannen zijn (want anders had je een meervoud verwacht: heren) maar ook Heer als in: Here God.
Volgens de Joodse traditie zegt Abraham deze eerste woorden tegen God. En zegt hij daarmee eigenlijk: wacht even, want ik moet eerst voor deze vreemdelingen zorgen. Daarna richt hij zich tot de drie mannen en biedt aan wat water te laten komen en eten te bereiden. Deze tekst gaat dan ook over gastvrijheid, over het ontvangen van vreemdelingen.

In de christelijke traditie zijn die drie mannen vaak geïnterpreteerd als een verschijning van de Drie-eenheid. God verschijnt aan Abraham als Vader, Zoon en Heilige Geest. Dan zou je haast denken dat Abraham dus gelijk weet wie hij voor zich heeft. Dan zijn die extra stappen die hij zet om heel gastvrij te zijn logisch. Wanneer hij hen aan ziet komen, weet hij dat hij God op bezoek heeft, dus spant hij zich tot het uiterste in om het Hen zo aangenaam mogelijk te maken.
Maar dat is wat te kort door de bocht. In de tekst zijn het drie anonieme vreemdelingen, die onverwachts bij Abraham komen. Drie mannen komen langs. Hij heeft geen idee wie het zijn, maar past de regels van de gastvrijheid toe. Hebreeën 13 verwijst daar ook naar, wanneer Paulus schrijft: “En houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.” Twee van deze mannen worden in het volgende hoofdstuk geïdentificeerd als engelen, als zij naar Sodom vertrekken. De derde openbaart zich aan het einde van onze lezing, in het gesprek met Sara: God is zelf aanwezig in de vreemdeling.

Genesis 18 laat zien dat gastvrij zijn voor vreemdelingen nog belangrijker is dan een gesprek met God. Abraham laat zelfs zijn gesprek met God wachten voor de komst van drie vreemdelingen. Dat is haast onvoorstelbaar. Als ik eindelijk de kans zou krijgen zo rechtstreeks met God van gedachten te kunnen wisselen, denk ik eerlijk gezegd niet dat iemand me daar vanaf kan brengen, laat staan een paar vreemdelingen die onverwachts langskomen.
Toch is dat wat er bij Abraham wel gebeurd en hij wordt ervoor geprezen. Eeuwen later in de Hebreeënbrief en nog steeds in de Joodse traditie. Er wordt dan ook gesteld dat het bieden van gastvrijheid belangrijker is dan het ontvangen van de Goddelijke Aanwezigheid. Precies omgedraaid met wat we in praktijk vaak doen.
Daar is een logische verklaring voor. De achtergrond voor deze norm van gastvrijheid is dat er maar één ding in onze hele wereld en in het heelal is, dat geschapen is naar Gods beeld: de mens. Genesis 1 zegt: mannelijk en vrouwelijk schiep God ons mensen naar zijn evenbeeld. Het is niet moeilijk om gastvrij te ontvangen, wanneer het al direct duidelijk is dat God aan ons verschijnt. Maar zijn aanwezigheid opmerkingen in de komst van drie vreemdelingen, drie voorbijgangers, dat is een stuk moeilijker. Maar dat is precies wat Abraham doet.
Wij maken vaak onderscheid in hoe we mensen ontvangen. Hoe nuchter we ook kunnen zijn, wanneer de koning op bezoek zou komen, ontvangen we hem allemaal voor eerbied en respect. Zelfs de meeste verstokte Republikeinen zullen, ondanks hun verzet tegen de monarchie, wel een bepaald ontzag voor hem hebben. Maar de vreemdeling, die onze taal niet spreekt en onze gewoonten niet kent, gastvrij onthalen is een stuk moeilijker. Toch leren we hier in Genesis dat God kan verschijnen aan ons in ieder mens. Machtig of zonder enig aanzien. In drie anonieme voorbijgangers, in een enkele zwerver, of een stroom aan vluchtelingen. En er is geen betere manier om God te eren, dan door zijn evenbeeld te eren: onze medemensen.

Abraham gaat dan, zoals de Engelsen het zeggen, ‘the extra mile’. Hij doet extra moeite om het de vreemdelingen naar de zin te maken. Dat blijkt wel uit het tijdstip waarop de mannen arriveren. Het is het heetst van de dag. Op dat tijdstip zoekt iedereen zoveel mogelijk de schaduw op, men houdt een soort siësta. Er wordt op dat tijdstip eigenlijk niets gedaan, ook niet door de slaven.
Maar zodra Abraham de vreemdelingen aan ziet komen, springt hij op en snelt hen tegemoet. Hij doet niet het hoognodige, zo van: oké, gastvrijheid hoort er nu eenmaal bij. Ik zal even zorgen dat ze het minimale krijgen. Dan kunnen ze snel weer verder en wij weer rusten. In zijn gastvrijheid zit zijn hart en ziel, hij zoekt een mooi kalf uit om te slachten, het brood wordt gebakken van het beste meel dat ze hebben. En hij zet iedereen aan het werk om het de vreemdelingen zo aangenaam mogelijk te maken, ondanks het tijdstip. Hij vervult zijn rol als gastheer met verve.

Vandaag zijn wij geen gastheer of gastvrouw, maar is het God die ons aan zijn tafel nodigt. Hij is de grote Gastheer en Hij maakt geen onderscheid tussen rijk of arm, tussen machthebbers of onaanzienlijken. Tussen bekenden of vreemdelingen. Hij maakt zelfs geen onderscheid tussen of we een goede christenen zijn, stevige zondaars, of een beetje van allebei. Iedereen is welkom aan zijn tafel. En Hij zet ons het allerbeste voor. Allemaal mogen we hier komen – met ons goede gedrag, en met ons minder goede gedrag. Als we precies weten wat we hier zoeken, of als we het allemaal een beetje kwijt zijn. Hij is onze Gastheer en ontvangt ons met open armen.
Maar aan Zijn tafel is geen ruimte om elkaar de maat te nemen. In plaats van onze medemensen te bekritiseren, is het de uitdaging om in hen een spoor van God te zien. In hen allemaal, dus niet alleen in de mensen, die we al liefhebben en waarderen. Maar juist ook in de mensen, met wie we vaak wat moeite hebben, of mensen die we wat gewoontjes vinden, mensen bij wie je denkt “met hem of haar heb ik gewoon niet zoveel”.
In deze dagen waarin de verdeeldheid steeds grotere vormen aanneemt, is dit des te belangrijker. Herken je in de gevaccineerde medemens ook een stukje van God, als je zelf overtuigd bent van de keuze om niet te vaccineren? En andersom: ontvang je de ander als broeder of zuster in Christus, ondanks dat hij of zij de keuze heeft gemaakt zich niet te laten vaccineren? Ga je met de vreemdeling gastvrij genoeg om als je Nederland al vol genoeg vindt? En kun je net als je medelijden met vluchtelingen ook door ontferming bewogen worden door de zorgen van mensen, die al jarenlang wachten op een woning? Om nog niet te spreken over het conflict in Israël, waarbij we haast al geacht worden verdeeld te zijn in pro-Israël of pro-Palestijns.
Maar aan de tafel van de Heer worden we uitgenodigd en uitgedaagd om voorbij de verdeeldheid te gaan. Om in elkaar Christus te herkennen.

Volgens mij heb ik het verhaal al eens eerder verteld, van een klooster dat het moeilijk had. Alleen nog wat oude monniken, maar al jaren geen nieuwe aanwas. Maar toen een wijze man langskwam en hen vertelde dat één van hen de Messias was, bloeide het klooster op. Niet omdat ze wisten wie het was, maar omdat ze elkaar op een andere manier gingen behandelen. Ze gingen met elkaar om alsof de ander Christus kon zijn.
En zo is ook onze opdracht: niet alleen om elkaar te behandelen alsof de ander de Messias kan zijn, maar om daadwerkelijk in elkaar een evenbeeld van God te herkennen. Om iets van zijn Goddelijke Aanwezigheid te ontdekken in alle mensen die wij ontmoeten. Hoe fundamenteel verschillend we misschien ook over sommige zaken zullen denken. Dat is geen eenvoudige opdracht. Zeker niet op het heetste moment van de dag, of in ons geval meer: wanneer de verdeeldheid op de spits gedreven is. Dan willen we nog weleens ons eigen comfort en ons eigen gelijk stellen boven dat van de ander. Maar des te meer is het dan belangrijk je eigen ego opzij te zetten, om niet alleen het hoognodige te doen, dat wat er nu eenmaal minimaal van ons geëist wordt. Maar om ons met hart en ziel in te zetten, gastvrij te zijn en ons open te stellen voor anderen en net als de tafel van de Heer, ons open te stellen voor de mensen die op onze weg komen. Al komen ze nog zo ongelegen.
Amen.

terug

Agenda

Hagha

28 nov 2021 om 9.30

Moetsje en Ferbine

03 dec 2021 om 9.30

Website

Samen maken we de website en onze Facebookpagina up-to-date en levendig!
Daar hebben we hebben we jullie inbreng bij nodig. Heeft u/ heb jij een bericht voor deze website? Een mooie foto, of moet er iets gewijzigd worden?
Stuur dan je bericht in een mail naar: websitepknheeg@gmail.com