Voorlopig beleidsplan

Tijdelijk beleidsplan van de Protestantse Gemeente Heeg voor de duur van 2020-2021

Achtergrond
We zijn een kerkgemeente in een tijd van krimp en vergrijzing. We merken dat het steeds moeilijker wordt om ambtsdragers te vinden. Daarnaast zijn er veel vrijwilligers die zich voor kortere tijd aan een taak willen verbinden. Bovendien zien we dat de groep vrijwilligers steeds ouder en daarmee ook kwetsbaarder wordt. Het wordt moeilijker om alles te blijven doen: het moet met minder mensen, en waarschijnlijk in de toekomst ook met minder uren van professionals.
Toch is niet alles somber. We zijn een levende gemeente, met hart voor de goede boodschap van God en met hart voor elkaar. Juist daarom willen we ons bezinnen op de vraag: wat is de kern van ons kerk-zijn? Vanuit dat antwoord willen we onze aandacht in eerste instantie vestigen op de taken en activiteiten die ons tot protestantse gemeente in Heeg maken. Het moet ons daarnaast zicht geven op de taken en activiteiten die we mooi vinden om te doen, maar ook op taken en activiteiten die we vooral nog uit gewoonte doen, maar die nu of op termijn moeilijk vol te houden zijn met minder handen.

Visie
In het voorjaar van 2020 hebben we vol goede moed een start gemaakt met deze vraag naar de kern van ons kerk-zijn. De kerkenraad kwam daarbij tot de volgende visie voor onze gemeente:
"Als Protestantse Gemeente Heeg willen we vanuit het verhaal van Christus Gods liefde uitdragen, door Gods Geest geïnspireerd omzien naar onze medemens, ver weg en dichtbij."

Tijdelijk beleidsplan
Terwijl we in volgende vergaderingen bovenstaande visie verder uit wilden werken tot beleid, begon in maart de coronacrisis en ging het land in lockdown. Vergaderen werd moeilijker en het was belangrijk te kunnen schakelen in de actuele ontwikkelingen. Bovendien blijkt in deze tijden van corona een week of een maand vooruitkijken al zeer onzeker te zijn, terwijl we in het beleidsplan voor vier jaar vooruit proberen te kijken. 
Om deze reden hebben we een tijdelijk beleidsplan opgesteld, dat voor de komende 1,5-2 jaar beleid uitstippelt om de kern van ons kerk-zijn te ontdekken. We hopen daarmee voorbereid te zijn op een toekomst, waarin de verwachting is dat er minder handen beschikbaar zijn voor het werk dat we vanuit onze gemeente willen verzetten. Deze zoektocht moet leiden tot een gericht en uitgewerkt beleid op de verschillende gebieden van taken en activiteiten in onze gemeente.

Zoektocht als beleid
De komende tijd beschouwen we dus de zoektocht als ons beleid; een zoektocht naar de kern en basistaken van onze gemeente en hoe we die ook met minder vrijwilligers vorm kunnen geven. Daarvoor kijken we naar de volgende punten.

  1. Vieren: de zondagse eredienst is een belangrijk goed. Het bepaalt ons bij het verhaal van Christus, dat ons de weg wijst hoe we Gods liefde uit kunnen dragen. Juist in de afgelopen coronatijd blijkt ook hoe verbindend de diensten zijn. Tegelijkertijd gaat er veel tijd in zitten, zeker bij bijzondere diensten. Een aantal vragen in onze zoektocht:

    1. Zijn er vieringen die niet door professionals, maar door vrijwilligers geleid kunnen en willen worden, zoals de vesper? En willen we daar vrijwilligers voor inzetten?

    2. Wat is het belang van de oecumenische vieringen en/of kunnen deze tijdsefficiënter voorbereid worden?

    3. Hoe gaan we om met wat diverse generaties zoeken in de kerk: (hoe) kunnen de Anders Vierendiensten daar een bijdrage aan leveren?

  2. Pastoraat: onze gemeente is goed in het omzien naar elkaar. Bij ziekte, overlijden, maar ook bij geboorte en huwelijk wordt veel meegeleefd, o.a. in de vorm van kaarten. Tegelijkertijd wordt het pastoraat ook nog heel traditioneel gezien: het lijkt pas als een bezoekje van de kerk te tellen als er een ouderling, of nog liever een predikant/pastor, op bezoek is geweest. Zeker onder ouderen ligt hier een groot verlangen. Tegelijkertijd is er voor hen ook aandacht bij verjaardagen (75+) en huwelijksjubilea. Met een vergrijzende gemeente en minder mensen die bezoek willen/kunnen afleggen, moeten we zoeken naar nieuwe vormen van pastoraat, die minder afhankelijk zijn van een selecte groep mensen.

  3. Jeugd: er is een lijn met de jeugd, maar het is vaak een dunne lijn, die sterk samenhangt met de betrokkenheid van de ouders. Sommige activiteiten stoppen in verband met een gebrek aan belangstelling (bijv. Wille en Mear). Andere activiteiten blijken onverwachts een succes (bijv. Kliederkerk). We merken dat goed georganiseerde activiteiten op minder frequente basis beter scoren, dan activiteiten die elke paar weken plaats moeten vinden. Dit vraagt om een herbezinning van de vraag: wat is het doel van ons jeugdwerk en hoe willen we dat doel bereiken?

  4. Activiteiten vorming en toerusting: elk seizoen beginnen we met een activiteitenprogramma. Het programma is gevarieerd, maar aan een heel aantal activiteiten neemt steeds dezelfde groep deel. Bovendien is vrijwel elk groepswerk afhankelijk van de predikant/pastor. Met minder uren zal dat niet altijd haalbaar zijn. We zoeken antwoord op de vraag of we hier meer gebruik zouden kunnen maken van de talenten van gemeenteleden. En we bezinnen ons op de vraag of en hoe we het aanbod voor een bredere groep gemeenteleden aantrekkelijk kunnen maken.

  5. Oecumene: de verhoudingen met de Rooms-Katholieke kerk in Heeg zijn goed. Er wordt op verschillende punten samengewerkt. Daarnaast blijkt dat beide kerken met dezelfde zorgen te maken hebben. Het is de moeite waard om te onderzoeken of een meer gestructureerde vorm van samenwerking kan leiden tot lastenverlichting, bijv. op het gebied van kerkdiensten en vorming en toerusting.

  6. Diaconaat: de diaconie houdt zich voornamelijk bezig met het bieden van hulp in het dorp, het land en de wereld. Zij onderzoekt welke projecten (financieel) gesteund kunnen worden, en zijn juist daarom ook bezig met het beheer en de werving van financiële middelen. Ook onder de diakenen moeten minder schouders hetzelfde werk dragen. Daarom is er een bezinning nodig op de KIA-werkgroep die onder de diaconie valt, en zijn er taken die mogelijk overgedragen kunnen worden aan vrijwilligers buiten de diaconie: de kerk versieren met kerst hoeft bijv. niet per se door ambtsdragers te worden gedaan.

  7. Kerkelijk beheer: de ouderling-kerkrentmeesters dragen al enkele jaren het meest duidelijk de gevolgen van het tekort aan vrijwilligers. Met weinig handen moeten zij veel taken verrichten. Zij krijgen hulp van een begraafplaatsbeheerder en boekhouder van buiten het college. Op het moment is de grootste taak het afstoten van de Ichthuskerk en verbouwen van de Haghakerk. Daarnaast is er de jaarlijkse actie Kerkbalans, die samen met de Rooms-Katholieke kerk in het dorp wordt opgezet. Samen met het onderhoud van gebouwen e.d. is de agenda al erg goed gevuld. Veel gebeurt hierdoor ad hoc: er is iets kapot, dat moet gerepareerd worden. Het zou goed zijn als er tijd wordt gevonden voor een bezinning op de vraag: welke uitgaven zijn met het oog op de toekomst goed om te doen? Vragen om daarbij over na te denken:

    1. Hoe begroten we op basis van onze visie het kerkenwerk: bijv. hoe belangrijk vinden we (digitale) techniek rondom de verbouw van de Haghakerk met het oog op de toekomst, wat willen we besteden aan kostenposten voor bijv. het jeugdwerk, vorming en toerusting, pastoraat, enz.?

    2. Hoe verhouden we ons tot initiatieven zoals de werkgroep Duurzaam Heeg? Kunnen en willen we ons daar in het kerkenwerk op richten?

Tot slot
Bovenstaande vragen zijn niet compleet: het is richtinggevend voor de vragen waar we in deze periode voor staan. Gedurende de zoektocht hopen we meer zicht te krijgen en de vragen en antwoorden verder uit te kristalliseren. Daarbij proberen we ook niet alleen te kijken vanuit krimp, maar ook vanuit onze hoop en onze liefde voor de gemeente. 

terug