Als het vuur brandt

© Ds. A.R. Warnar van den Berg
Preek 24-10-2021
Genesis 19:1-29

Wij hebben een paar CD’s in de auto van een Schotse band. En ik zat van de week in de auto, wat te mijmeren over de lezing van vanmorgen, toen het volgende nummer voorbij kwam. De tekst gaat over iets anders, maar ik moest bij het refrein denken aan Abraham en Lot. Daarom laten we een stukje ervan horen.  
[ Muziek: Fire in the Glen, North Sea Gas ]
Het is niet allemaal even goed te verstaan, zeker niet met dat Schotse accent. Maar het refrein wil ik even herhalen:

“There is fire in the glen, fire in the glen
But no fire in the eyes, of our Highland men”

Er is vuur in de vallei, vuur in de vallei.
Maar geen vuur in de ogen van onze Hooglandse mannen.

Er staat van alles in brand, maar er brandt geen vuur meer in de ogen van de mensen, daar waar je hoopt op vuur. Zij zijn uitgeblust, terwijl dat waar ze voor werkten in vlammen is opgegaan.
En terwijl ik dit luisterde gingen mijn gedachten naar Lot. Zou dit niet op hem van toepassing zijn? Er is vuur in de vallei, de hele streek van Sodom en Gomorra wordt verwoest. Behalve het kleine stadje Soar waar Lot naar toe mag vluchten. Zal het vuur in zijn ogen ook gedoofd zijn? Zal hij zich uitgeblust gevoeld hebben toen hij eenmaal in Soar aangekomen was? Ik kom daar zo op terug. Eerst even Sodom zelf.

De vernietiging van Sodom is een verschrikkelijke gebeurtenis. Het regent vuur en zwavel. De hele streek wordt vernietigd. Niets en niemand ontkomt aan dit vuur, behalve Lot en zijn gezin, die door de engelen bij de hand genomen worden, om nu toch echt, zonder tijd te verliezen, Sodom te verlaten.
Sodom heeft in de eeuwen daarna zijn weg in het taalgebruik gevonden vanwege sodomie – homoseksualiteit. Maar ik zei het vorige week al: dat is niet helemaal eerlijk. En je hebt wel kunnen horen of lezen waarom. De inwoners van Sodom zijn niet uit op een homoseksuele relatie. Ze zijn uit op het nemen van deze mannen. Het taalgebruik laat al zien, dat ze deze mannen niet zien als mensen, maar als gebruiksvoorwerpen. Daar kun je mee doen wat je wilt; hen bestelen, mishandelen en misbruiken. Er is geen enkel respect voor deze vreemdelingen die binnen de stadspoorten komen. En het oosterse gebruik van gastvrijheid, dat in die dagen zo hoog aangeschreven staat, wordt totaal genegeerd. Het is een decadente stad. Mensen voelen zich beter dan ieder ander, denken dat ze het recht hebben om te doen wat ze willen, zeker ten opzichte van de vreemdeling, of de arme, de wees of de weduwe. Maar het Bijbelse recht en de gerechtigheid is er ver te zoeken.

Zoals we dit lezen is het niet zo moeilijk om te denken: daar wil ik niet wonen. Voor geen goud zou ik deel willen uitmaken van zo’n stad, zo’n cultuur. En zo kijken we misschien ook wel naar de steden die door de Taliban zijn ingenomen in Afghanistan, of andere landen waarover we veel onrecht horen. Toch is het veel verleidelijker dan wat je zou denken. Waarschijnlijk is er veel welvaart in de stad. Zolang je aan de goede kant staat, heb je geen last van de rechteloosheid die er heerst. Sterker nog, het geeft vrijheid. Er is niemand die jou de wet voor schrijft.
En laten we eerlijk zijn: de grenzen opzoeken is voor ons allemaal verleidelijk. Al grappend zeg je: voor niets een treinkaartje gekocht, of met de ov-kaart ingecheckt, want er was geen conducteur te bekennen vandaag… Wie gaat er een parkeerkaartje betalen als de slagbomen op een parkeerplaats het niet doen? En als je licht het onderweg niet doet, is toch vaak je eerste gedachte: als oom agent het maar niet ziet. Alsof de regels er zijn, zodat de politie wat te doen heeft. En ze niet gaan over onze veiligheid, over voorzieningen die ergens van bekostigd moeten worden, of diensten waar we gebruik van willen maken. Maar de verleiding, he… waarom zou je betalen als het ook anders kan?
Zo is Sodom aantrekkelijk vanwege zijn welvaart en zijn ligging. De Bijbel vertelt ons wel dat het een en al zonde en rechteloosheid is, maar het is waarschijnlijk geen stad, die eruit ziet als één grote grimmige achterbuurt, waar je ’s avonds niet alleen over straat durft. Was dat wel het geval geweest, dan was Lot er met dezelfde gang weer vandaan gevlucht toen hij zich daar probeerde te vestigen. Het punt is juist, dat er zoveel aantrekkelijks aan de stad is.
Sodom is niet vriendelijk tegen vreemdelingen. Toch kan Lot zich blijkbaar behoorlijk goed vestigen daar. Hij lijkt zelfs geaccepteerd te worden. In het eerste vers lezen we dat Lot in de stadspoort zit. Dat is in de Bijbel de plaats van de vooraanstaande figuren van een stad. Lot is dus behoorlijk opgeklommen op de maatschappelijke ladder. Van een vreemdeling en bijwoner, zoals Abraham zich noemde, is hij een vooraanstaande figuur geworden. Hij heeft zich kunnen ontwikkelen en een beetje carrière kunnen maken.
Maar daarmee wordt Sodom ook alles voor hem, hij kan niet meer zonder Sodom. Want daaraan ontleent hij zijn identiteit. Daar doet hij er tenminste toe. En ook dat is misschien wel net zo goed onderdeel van ons bestaan. Heel veel mensen vragen zich oprecht af: wie ben ik zonder mijn werk? Veel mensen hebben de indruk dat als zij niets meer te bieden hebben, als ze niet meer van betekenis zijn in werk of maatschappij, dat hun leven dan niets meer waard is. En Lot.. wat stelt Lot nog voor als hij uit Sodom wegvlucht?

Lot blijft dralen. De engelen waarschuwen hem, dat hij zo snel mogelijk moet vertrekken. Maar Lot blijft aarzelen. Hij wil eigenlijk niet. Hij heeft zijn identiteit afhankelijk gemaakt van Sodom. Zelfs als de inwoners van Sodom hem afwijzen. Al zijn integratie ten spijt: als het er op aankomt is en blijft een vreemdeling. En zelfs zijn aanstaande schoonzoons wijzen hem af. Ze nemen Lot niet serieus.
Kortom: van Sodom uit worden alle verbanden verbroken. Voor hen telt Lot helemaal niet mee. Toch blijft Lot aarzelen, totdat de engelen hem uiteindelijk bij de hand nemen en wegtrekken uit Sodom.

We lezen deze tekst vaak als het oordeel over Sodom. Maar je zou ook kunnen zeggen dat deze titel van deze tekst zou moeten zijn: De redding van Lot. Hij wordt bevrijd van Sodom. Van het idee dat je identiteit afhankelijk is van je positie op de maatschappelijke ladder. Van de verleiding om steeds weer de grenzen van het recht op te zoeken en op te rekken, net zolang tot je er echt overheen gaat en grove fouten begaat. Van de macht om over anderen te heersen, alleen maar omdat zij vreemdeling zijn, of in armoede leven. Lot wordt bevrijd van het alleen maar geaccepteerd worden, zolang je je zoveel mogelijk aanpast. En van het zomaar opzij geschoven kunnen worden, wanneer je toch een iets andere keuze maakt. Hij wordt bevrijd van alles wat hem gebonden houdt aan Sodom en hem ervan weerhoudt in rechtvaardigheid te leven.
Lots vrouw kan zich er niet van laten bevrijden. Dat is het verstenen, het veranderen in die zoutpilaar. Zij blijft omkijken naar wat zij nu mist. Wat zij achter zich laat. Soms kun je omkijken naar het verleden om ervan te leren. We gedenken 4 en 5 mei omdat we zeggen: dat nooit meer! We moeten erover lezen en leren, omdat we het beter moeten doen dan toen. Maar je kunt ook verlangend om blijven kijken, terug willen naar het verleden, waardoor het je belemmert om verder te gaan. Om nieuwe kansen te grijpen, om nieuwe wegen te gaan. En dat is wat er bij de vrouw van Lot gebeurt. Zij kan zich niet losmaken van Sodom. Of beter gezegd, zij kan zich niet laten bevrijden. Bij haar is het vuur letterlijk gedoofd.

Vandaag is het Hervormingsdag, ook dat is een vorm van bevrijding. We zingen aan het einde van de dienst het Hervormingslied:
Waar God de Heer zijn schreden zet,
daar wordt de mens van dwang gered
weer in het licht geheven.
Van dwang gered worden, dat is wat Lot uiteindelijk overkomt. En waar ook wij van bevrijd mogen worden. De dwang om steeds maar weer erkend te willen worden. De dwang dat we het gevoel hebben dat wat wij doen, bepalend is voor onze identiteit. Dat we pas iets waard zijn als we van betekenis zijn in een baan, in vrijwilligerswerk, of in bepaalde contacten. We worden net als Lot gered van de dingen die ons gebonden houden aan situaties die eigenlijk niet zuiver voelen, maar waar we onze vastigheid aan ontlenen. En God zegt: Ik zal voor jou die vaste grond zijn waarop je kunt bouwen. God zegt tegen ons: Je bent kostbaar in mijn ogen, niet om wat je doet, maar om wie je bent. 

De vallei brandt, en het vuur in de ogen van Lot? Dat zal vast een flinke knauw gekregen hebben. Geschokt van de regen van zwavel en vuur, verbijsterd door het verlies van zijn vrouw. Het is heel wat als alles achter je verbrand wordt. Als alles waaraan je je identiteit ontleende in één klap verdwenen is. Voor de vrouw van Lot is dat teveel, haar ogen zijn uitgeblust. Zij versteent.
Maar van Lot lezen we dat niet. Eigenlijk lezen we vrijwel niets meer over hem na Genesis 19. Pas in het Nieuwe Testament wordt hij ergens rechtvaardig genoemd. In Soar zal hij gezien hebben hoe de hele streek vernietigd werd. Maar blijkbaar in zijn ogen niet helemaal gedoofd, om op een later moment weer aangewakkerd te worden. Soar betekent klein. Bevrijd van alle dwang, bevrijd van alle grootsheid, kon Lot daar weer in het licht gaan leven.
En zo kom ik nog even terug op wat ik vorige week zei. God wil niet de vernietiging van mensen, Hij wil het leven. En als het onszelf niet lukt om daar zelf voor te kiezen, dan is Hij bereid engelen te sturen of zelfs zijn Zoon te geven, om ons te bevrijden van alle dwang, van alle duisternis. Hij helpt ons in het licht te leven. Misschien is dat geen groots en meeslepend leven. Maar het is in al zijn kleinheid wel kostbaar in Gods ogen.
Amen.

terug

Agenda

Hagha

28 nov 2021 om 9.30

Moetsje en Ferbine

03 dec 2021 om 9.30

Website

Samen maken we de website en onze Facebookpagina up-to-date en levendig!
Daar hebben we hebben we jullie inbreng bij nodig. Heeft u/ heb jij een bericht voor deze website? Een mooie foto, of moet er iets gewijzigd worden?
Stuur dan je bericht in een mail naar: websitepknheeg@gmail.com