Al gaat mijn weg door een donker dal

© Ds. A.R. Warnar van den Berg
Preek 08-08-2021
Genesis 11:29-30,12:4-7, 9-20

“Hoever moet de gifbeker nog leeg?” vroeg de man zich af. En wat voel ik dat met hem mee. Er is al zoveel gebeurd de laatste jaren. Moest dit er echt nog bij komen? Maar wat er eigenlijk nog het vervelendste is: hij is lang niet de enige. Er zijn heel wat mensen bij name te noemen, bij wie je denkt: zij hebben nu al zoveel ellende meegemaakt. Is het nu nog niet klaar? Moet dit er nou écht nog overheen komen? Natuurlijk, ieder huisje heeft zijn kruisje. We maken allemaal moeilijke perioden in ons leven door. Maar soms… soms lijkt het kruis onhoudbaar zwaar. En sommige mensen lijken zo’n oneindig groot kruis te moeten dragen, dat je er als buitenstaander al moedeloos van wordt als je de verhalen alleen maar hoort.
Dan komt ook onherroepelijk die eeuwenoude vraag op: waar is God in al dit lijden? En waarom moet ik, of een vriend of buurtgenoot, deze weg gaan? Voor sommige mensen is het een reden om afscheid te nemen van hun geloof. Anderen klampen zich er des te sterken aan vast. En voor heel veel mensen schommelt het; het ene moment biedt het geloof hun houvast en moed, en het andere moment weten ze even niet wat ze er nog mee aan moeten.

En dan lezen we deze weken over onze aartsvader Abraham, een man die met God wandelde. Misschien bent u net als ik weleens jaloers op Abraham en zijn relatie met de Here God. Hij kreeg van God een heldere opdracht en een schitterende belofte. Hij kon met God onderhandelen over het lot van Sodom en Gomorra, en hij kreeg zelfs bezoek van drie boodschappers van God, die bij hem kwamen eten en de tijd voor hem namen. Zo valt er nog heel veel meer op te noemen.
Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Er zit ook een heel donkere kant aan de weg die Abraham aflegt, en daar wil ik het vandaag over hebben. Vorige week lazen we over de roepstem: verlaat je land, verlaat je stam, verlaat je vaders huis. Maar ook de zegen: ga naar het land dat Ik je wijzen zal. En: Ik zal je tot een groot volk maken.
Vervolgens lezen vandaag dat Abram op weg gaat en in Kanaän aankomt. Daar trekt hij rond, zonder vaste verblijfplaats. En dan ineens breekt er hongersnood uit. Dat lijkt toch wat op zwarte humor: hé, ga op weg, ik beloof je gouden bergen. Maar eenmaal daar is er niet eens te eten voor je.

We lezen niet over een nieuwe opdracht van God uit. Maar Abram en de zijnen zullen toch moeten eten, dus gaan ze – vermoedelijk op eigen initiatief – naar een vruchtbaar gebied: Egypte. Een land met een mentaliteit waar Abram niet erg gelukkig van wordt, want hij durft niet kenbaar te maken dat Sarai zijn vrouw is. Blijkbaar is hij als vreemdeling zijn leven dan niet zeker. Dat klinkt niet echt als een prachtige weg naar het beloofde land, maar meer als een weg door de hel.
Ondertussen staat daar nog Gods belofte. Ik zal jou tot een groot volk maken. Maar de realiteit is hard. Sarai is onvruchtbaar. En Abram krijgt de belofte van God als hij al 75 jaar is. Over die leeftijden kunnen we ons veel afvragen. Terach wordt 205 jaar oud, lazen we vorige week. Abram sterft volgens de Bijbel op 175-jarige leeftijd. Wat we met deze getallen moeten is niet zo duidelijk. Mogelijk telde men anders in die tijd, misschien werd men in die periode ouder. In elk geval zijn dit in Genesis geen uitzonderlijke leeftijden. Maar wat in de loop van de geschiedenis van Abram wel duidelijk wordt, is dat Sarai en Abram intussen op een leeftijd gekomen zijn, dat kinderen baren onmogelijk zou zijn.
De situatie is zo uitzichtloos, dat als Sarai in de Bijbel aan ons geïntroduceerd wordt, haar familiegeschiedenis niet eens genoemd wordt. Die van de andere vrouwen in de familie van Terach wel. Maar bij Sarai niet. Haar geschiedenis doet er niet toe, want zij lijkt geen toekomst te hebben. Haar familielijn lijkt toch dood te bloeden. Daarom horen we geen levensgeschiedenis, maar wordt van haar alleen vermeld dat zij onvruchtbaar is.
Ook eventuele kandidaten voor Abram om erfgenaam te maken, blijken in de loop van de geschiedenis steeds minder kans te maken. Zijn neef Lot gaat een andere kant op dan Abram, omdat hun herders ruziën. Als Abram een zoon krijgt bij zijn slavin, leidt dat tot zoveel strijd tussen Sarai en Hagar, dat Hagar met Ismaël weg moet gaan. En dan hebben we het nog niet gehad over het offer van Isaäk. Als Abram dan eindelijk een zoon heeft gekregen, vraagt God hem zijn zoon te offeren. Dat is stof voor een nieuwe dienst, dus wil ik niet te lang bij stilstaan. Maar het gaat me nu om het volgende:
Jarenlang, of eigenlijk: decennialang geldt dat voor Abram de geschiedenis alweer lijkt te eindigen nog voor hij goed en wel begonnen is. Steeds weer komt er uitstel, ontstaan er nieuwe tegenslagen en lijkt de toekomst uitzichtloos. God roept Abram als vader van een volk, maar van welk volk dan? Er is niemand om zijn geslacht voort te zetten, laat staan om een groot volk van te maken.

Uitzichtloosheid is één van de moeilijkste dingen waar we als mensen mee te maken hebben. Hoop doet leven. Zolang er hoop is, heb je iets om je aan vast te houden. Heb je iets om naar uit te kijken. Heb je reden om toch verder te gaan. Om toch naar de toekomst te kijken. Maar wanneer je dat niet meer hebt, is elke tegenslag extra zwaar. Waar doe je het dan nog voor?
Abraham onderneemt een reis vol obstakels. Hij zal zich regelmatig afgevraagd hebben: waar doe ik het nog voor? Want hij heeft alles gedaan wat God van hem vroeg. Hij heeft zijn vertrouwde omgeving verlaten. Hij is op weg gegaan naar het land waar God hem zou leiden. Hij is niet halverwege blijven steken, zoals zijn vader. En toch.. toch lijkt er niets van die belofte van een groot volk terecht te komen. Sterker nog, als er hongersnood komt, lijkt hij niet alleen zijn familie verlaten te hebben, maar ook nog zijn vrouw kwijt te raken aan de farao.

Ik kan niet genoeg benadrukken hoe uitzichtloos de situatie voor Abram moet zijn. Je zou maar in zijn schoenen staan. Natuurlijk kunnen we het gladstrijken en zeggen: maar God heeft tot hem gesproken, en God is aan hem verschenen! Of: aan het einde komt het allemaal goed. Maar jarenlang zit hij in een strijd. Ik kan me voorstellen dat Abram zich op den duur afgevraagd heeft of hij het zich niet ingebeeld heeft, dat God tot hem sprak.
De Bijbel leert ons niet dat het leven er met God veel gemakkelijker op wordt. Integendeel: Abram had waarschijnlijk prima tevreden in Charan kunnen blijven en oud kunnen worden. Maar in plaats daarvan gaat hij op weg met een belofte, die maar op zich laat wachten en komt hij allerlei obstakels tegen.
En toch blijft die belofte als een rode draad door de geschiedenis van Abram lopen. En in onze perioden van uitzichtloosheid, van ellende waar maar geen einde aan lijkt te komen, mag dat onze houvast zijn. Een goddelijke belofte, welke belofte dat ook mag zijn, gaat zelden onmiddellijk in vervulling. De reis naar het beloofde land is niet een weg die als een rechte lijn van A naar B loopt, van beginpunt naar eindpunt. Hij gaat via allerlei omwegen en langs allerlei tegenslagen. Maar de belofte blijft staan.
Het ging bij Jezus niet anders. Zijn verheerlijking ging via het kruis. Zijn opstanding kon pas plaats vinden na het lijden en sterven. En de belofte van Gods Koninkrijk voor ons is niet een grote triomftocht, maar een weg waarin we in deze wereld lijden aan wat er op onze weg komt, voordat de belofte vervuld wordt.
En geloven is je aan die belofte vasthouden. Om het vertrouwen in de belofte niet te verliezen, ondanks dat de vervulling op zich laat wachten. Om de hoop vast te houden, ook al word je keer op keer teleurgesteld. Om de harde realiteit onder ogen te zien, maar niet te vergeten dat we op weg zijn naar een ideaal. Dat is niet eenvoudig. Soms raak je het kwijt. Maar juist daarom zijn we gemeente: om elkaar door de nacht te leiden.

Ik kwam een lied tegen, dat getiteld is: Gouden Belofte. En het mooie van dit lied is dat het geschreven en gezongen is door het Leger des Heils. Een groep mensen die opkomt voor de mensen voor wie het leven vaak uitzichtloos is, die vaak met een eindeloze reeks tegenslagen te kampen hebben. Juist voor deze mensen is zo’n gouden belofte niet een goedkope kreet. Zij kennen heel goed de donkere kant van het leven. Zij weten heel goed dat die belofte soms eindeloos lang op zich laat wachten. Maar desondanks houden ze daar de belofte voor ogen, ook al zien ze de vervulling nog niet. Laten wij naar dat lied luisteren en ons door die belofte laten bemoedigen om door te gaan. Ook als onze situatie uitzichtloos lijkt.
Amen.

terug

Agenda

Gespreksavond: Godsbeelden

27 okt 2021 om 19.30

R.K.K.

31 okt 2021 om 19.30

Website

Samen maken we de website en onze Facebookpagina up-to-date en levendig!
Daar hebben we hebben we jullie inbreng bij nodig. Heeft u/ heb jij een bericht voor deze website? Een mooie foto, of moet er iets gewijzigd worden?
Stuur dan je bericht in een mail naar: websitepknheeg@gmail.com